ECLI:NL:RVS:2005:AU1795
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning geurhinder productie smaakstoffen wegens onvoldoende motivering geuruitstoot
De zaak betreft een beroep tegen een besluit van 25 mei 2004 van het college van gedeputeerde staten van Gelderland, waarbij een vergunning werd verleend voor het wijzigen van een inrichting voor de productie van smaakstoffen. Eerder was een soortgelijk besluit vernietigd vanwege een onjuist voorschrift over geuruitstoot.
Appellanten stelden dat de vergunninghouder plannen had om productie te verplaatsen, wat niet was meegewogen, en dat het gehanteerde geurhinderniveau te laag was, niet in overeenstemming met het provinciale geurbeleid. De Afdeling oordeelde dat er geen concrete plannen voor verplaatsing waren en dat het geurhinderniveau conform het Gelders Geurbeleid was vastgesteld.
Wel bleek uit het dossier dat de biofilters niet het veronderstelde rendement van 90% haalden, waardoor het gestelde geurhinderniveau niet zeker werd bereikt. De Afdeling concludeerde dat de vergunning onvoldoende gemotiveerd was en vernietigde het besluit. Het college werd opgedragen binnen drie maanden een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering dat geurhinder voldoende wordt beperkt.