Uitspraak
200407495/1geoordeeld dat er geen grond is voor het oordeel dat verweerder dit niet in redelijkheid kan doen. De Afdeling ziet thans geen aanleiding voor een ander oordeel.
Raad van State
Bij besluit van 23 oktober 2006 verleende het college van gedeputeerde staten van Gelderland een revisievergunning aan RRT Betuwse Groenrecycling B.V. voor een composteerinrichting in Neerijnen. Diverse appellanten maakten hiertegen beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep van appellanten sub 3 deels niet-ontvankelijk was. De overige beroepen van appellanten sub 2 en 3 werden ongegrond verklaard. Wel werd het beroep van appellante sub 1 gegrond verklaard vanwege onduidelijkheid in voorschrift 9.30 over het logboek en onredelijkheid in voorschrift 9.31 over het omzetten van compost onder bepaalde weersomstandigheden. Deze voorschriften werden vernietigd omdat zij in strijd zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel en het besluit feitelijk onmogelijk maken.
Verder werden de door appellanten aangevoerde bezwaren over geur- en geluidhinder, toepassing van beste beschikbare technieken en overige milieuaspecten door de Afdeling verworpen. De Afdeling bevestigde dat de vergunning in het belang van milieubescherming was verleend en dat de beoordelingsvrijheid van het bestuursorgaan niet onredelijk was toegepast.
Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante sub 1. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige en duidelijke vergunningvoorschriften binnen het milieurecht.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de revisievergunning wordt gedeeltelijk vernietigd wegens onduidelijke en onredelijke vergunningvoorschriften.