Uitspraak
200005547/1bevestigd.
Raad van State
Appellant verzocht de raad van de gemeente Bergen op Zoom om vergoeding van planschade in verband met de vestiging van een hondenkennel. Dit verzoek werd door de raad afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond. Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat het verzoek niet nieuw was en dat de raad terecht toepassing gaf aan artikel 4:6, tweede lid, van de Awb.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat appellant reeds in een eerder verzoek van 1997 melding had gemaakt van de hondenkennel als schadeoorzaak en dat dit verzoek was afgewezen. Ook in eerdere procedures was deze schadeoorzaak steeds aangevoerd. De Afdeling oordeelde dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een andere beslissing rechtvaardigden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 7 september 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.