Uitspraak
200406310/1, onherroepelijk geworden.
Raad van State
De gemeenteraad van Maasbracht stelde op 24 juni 2004 het bestemmingsplan "Partiële thematische herziening verboden gebruik parkeren" vast, dat onder meer parkeren in de tuin van een woning aan de [locatie 1] mogelijk maakt. Verweerder, het college van gedeputeerde staten van Limburg, keurde dit plan goed bij besluit van 18 januari 2005. Appellanten, wonend tegenover deze woning, stelden beroep in tegen deze goedkeuring vanwege vermeende strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en problemen door parkeren.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beroep zich uitsluitend richtte op het besluit omtrent de goedkeuring van het bestemmingsplan. Bezwaren tegen eerdere vergunningen en vrijstellingen, die onherroepelijk zijn, konden niet in deze procedure worden meegenomen. De Afdeling stelde vast dat het bestemmingsplan een regulering is die het gebruik van eigendom in overeenstemming met het algemeen belang reguleert en geen onrechtmatige inbreuk maakt op het eigendomsrecht of het recht op privéleven van appellanten.
Verder bleek dat hoewel een openbare parkeerplaats werd opgeheven voor een uitweg, er geen aantoonbare parkeerproblemen waren ontstaan die de goedkeuring van het plan zouden rechtvaardigen te weigeren. De Afdeling concludeerde dat verweerder de beoordelingsmarges niet had overschreden en het recht juist had toegepast. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan is ongegrond verklaard.