Uitspraak
200303658/1heeft de Afdeling geoordeeld dat de Regeling ondermandaat Directoraat-Generaal van de Volkshuisvesting (Stcrt. 14 februari 2000, nr. 31, pagina 12, hierna: de Regeling ondermandaat DGVH) zich niet verdraagt met de daaraan op grond van artikel 10:5 van Pro de Awb te stellen eisen en dat deze regeling daarom onverbindend is. Daartoe heeft de Afdeling overwogen, dat een mandaat, dat het aan de gemandateerde zelf overlaat om te bepalen wat de precieze omvang van het mandaat is, uit het oogpunt van rechtszekerheid niet aanvaardbaar is. In dit verband heeft de Afdeling tevens overwogen dat in de omschrijving van de omvang van het mandaat geen duidelijke criteria zijn opgenomen waaruit kan worden afgeleid voor welke bepaalde categorie van besluiten mandaat is verleend. De Regeling ondermandaat DGW bevat een gelijkluidende tekst en is derhalve evenzeer onverbindend.