ECLI:NL:RVS:2005:AU3400
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- M.G.J. Parkins-de Vin
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering machtiging op grond van EU-verordening voor persoon op terroristenlijst
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de weigering van de minister van Financiën om een machtiging te verlenen op grond van artikel 6 van Pro Verordening (EG) 2580/2001, waarmee financiële voorzieningen zouden worden verstrekt. Appellant staat vermeld op de lijst van personen en entiteiten die betrokken zijn bij terrorisme, vastgesteld door de Raad van de Europese Unie.
De rechtbank Utrecht had het beroep van appellant ongegrond verklaard, en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De minister heeft het beleid om personen op deze lijst niet te voorzien van financiële middelen, vanwege het belang van de effectieve bestrijding van terrorisme en de financiering daarvan. Dit beleid is in redelijkheid vastgesteld en niet onrechtmatig toegepast.
Appellant voerde aan dat zijn positie onhoudbaar is en dat de weigering in strijd is met artikelen 3, 6 en 8 EVRM. De Raad oordeelt dat appellant geen uitzonderlijke omstandigheden heeft gesteld die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Ook is geen sprake van schending van het verbod op onmenselijke behandeling, het recht op een eerlijk proces of het recht op gezinsleven, gelet op zijn verblijfsstatus en de aard van de verstrekkingen.
Verder is appellant niet rechtstreeks gebonden aan andere EU-verordeningen of VN-resoluties die hem rechten zouden kunnen verschaffen. De Raad van State bevestigt daarom het bestreden vonnis en wijst het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de machtiging bevestigd.