Uitspraak
200104419/2(www.raadvanstate.nl), waarin het beroep van appellante tegen het besluit van 17 juli 2001 tot verlening van de vergunning ongegrond is verklaard, is door de Afdeling vastgesteld dat ter hoogte van de belendende woningen de mate van bemaling van dien aard is dat de grondwaterstand zich beweegt tussen de grenzen die reeds van nature voorkomen. In hetgeen appellante heeft aangevoerd ziet de Afdeling, gelet op het vorenstaande, het ten behoeve van de vergunning opgestelde rapport van Kragten Geodesie, Landschapsarchitectuur en Civiele Techniek van 15 januari 2001, en het in het POL geformuleerde beleid, onvoldoende aanleiding voor het oordeel dat verweerder in het kader van de verlenging van de looptijd van de vergunning van 17 juli 2001 gehouden was om nieuw onderzoek te verrichten.