ECLI:NL:RVS:2005:AU6657
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huursubsidie wegens medebewoning en onjuist inkomen
De minister van Volkshuisvesting stelde bij vijf besluiten van 19 januari 2004 de huursubsidie over de periode 1 juli 1998 tot 1 juli 2003 op nihil vast en vorderde de teveel ontvangen subsidie van €8.768,30 terug. Dit omdat appellant een medebewoner had die niet was opgegeven en wiens inkomen niet was meegerekend.
Appellant voerde aan dat zij en de medebewoner een gescheiden huishouding voerden zonder financiële verstrengeling en dat zij niet wist dat zij dit moest melden. De rechtbank oordeelde echter dat op basis van een uitgebreid onderzoek, waaronder observaties en getuigenverklaringen, het hoofdverblijf van de medebewoner in de woning van appellant lag.
De Raad van State bevestigde dit oordeel en stelde dat financiële verstrengeling niet vereist is voor het begrip medebewoner. Het inkomen van de medebewoner moet altijd worden meegenomen bij de vaststelling van huursubsidie. Appellant had de verplichting om juiste gegevens te verstrekken en had kunnen informeren bij het ministerie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van huursubsidie bevestigd.