ECLI:NL:RVS:2005:AU6727
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatigheid vreemdelingenbewaring wegens overschrijding wettelijke termijn
Bij besluit van 14 september 2005 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 12 oktober 2005 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en proceskosten toegekend. De minister stelde hiertegen hoger beroep in.
De minister voerde aan dat de vreemdeling tot 14 september 2005 strafrechtelijk gedetineerd was, zodat de bewaring niet onrechtmatig zou zijn. De Raad van State oordeelde echter dat de strafrechtelijke detentie feitelijk op 13 september 2005 om 11.05 uur was geëindigd en dat de wettelijke termijn van ophouding van zes uur werd overschreden. Hierdoor was de bewaring onrechtmatig.
Omdat het oordeel over de overschrijding niet werd bestreden en zelfstandig kon dragen, werd het hoger beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 322,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd wegens overschrijding van de wettelijke ophoudingsduur.