ECLI:NL:RVS:2005:AU7966
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M. Vlasblom
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning bedrijfsberging
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad verleende op 16 november 2004 een bouwvergunning aan een vergunninghouder voor het bouwen van een bedrijfsberging op een perceel te Zaanstad. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van verzoekers gegrond en schorste de bouwvergunning tot zes weken na bekendmaking van een nieuwe beslissing op bezwaar.
Tegen deze uitspraak stelden verzoekers hoger beroep in bij de Raad van State. Het college verleende vervolgens op 13 september 2005 een gewijzigde bouwvergunning, die qua bouwplan grotendeels overeenkomt met de eerder geschorste vergunning. Verzoekers verzochten daarop bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening, namelijk de schorsing van deze gewijzigde vergunning.
De Voorzitter overwoog dat de schorsing die was uitgesproken ten aanzien van de oorspronkelijke vergunning zich ook uitstrekt tot de gewijzigde vergunning, omdat beide besluiten vanuit het oogpunt van tenuitvoerlegging op één lijn moeten worden gesteld. Gezien deze schorsing en de aard van het gewijzigde besluit ontbrak het verzoekers aan een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot schorsing van de gewijzigde bouwvergunning is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.