Uitspraak
200105634/1dat het ter zitting gedane beroep op het vertrouwensbeginsel, gebaseerd op de mondelinge toezegging, door appellant geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid is, maar een argument dat tegen de afwijzing van met name de aanvraag van 22 mei 2002 naar voren had kunnen worden gebracht. De schriftelijke bevestiging van deze toezegging in het uittreksel van de gemeentelijke basisadministratie kan naar het oordeel van de rechtbank evenmin als een nieuw feit worden aangemerkt omdat dit geen bewijsstuk van een eerder aangevoerd feit of aangevoerde omstandigheid is. De rechtbank is niet aan een inhoudelijke beoordeling toegekomen.