ECLI:NL:RVS:2002:AE9524
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- E.D. Boer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bouwvergunning wegens herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten
Appellante heeft bij burgemeester en wethouders van Spijkenisse een bouwvergunning aangevraagd voor het uitbreiden van een caravan/chalet. Deze aanvraag werd op 2 augustus 2000 afgewezen omdat het bouwplan niet in overeenstemming was met het bestemmingsplan. Een eerder vergelijkbare aanvraag van haar zoon was reeds afgewezen en er waren geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die een nieuwe beoordeling rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de aanvraag een herhaalde aanvraag was in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad van State bevestigt deze uitspraak en overweegt dat het gebruik van verschillende benamingen voor het bouwwerk en de naam waarop de aanvraag is gesteld, niet leiden tot nieuwe feiten.
Argumenten over de noodzaak van bewoning en gedogen van bewoning zijn volgens de Raad geen nieuwe feiten, maar hadden eerder ingebracht kunnen worden. Daarom mocht burgemeester en wethouders de aanvraag afwijzen zonder nieuwe beoordeling. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bouwvergunning bevestigd.