Uitspraak
200304690/1, heeft de Afdeling het besluit van 13 mei 2003 gedeeltelijk vernietigd.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk verleende op 13 mei 2003 een vergunning aan appellante sub 2 voor een horeca-, sport- en recreatiebedrijf. Dit besluit werd gedeeltelijk vernietigd door de Afdeling bestuursrechtspraak op 23 juni 2004. Naar aanleiding daarvan nam het college op 22 februari 2005 een nieuw besluit over de vernietigde onderdelen, waartegen appellanten beroep instelden.
Tijdens de zitting op 5 januari 2006 erkende het college dat het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid. De Afdeling oordeelde dat het besluit in strijd was met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en het algemene rechtsbeginsel van zorgvuldigheid, mede omdat het besluit ten onrechte als tijdelijk werd aangemerkt.
De beroepen werden gegrond verklaard en het besluit volledig vernietigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante sub 2 en tot terugbetaling van griffierechten aan appellanten. De overige beroepsgronden werden niet behandeld.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.