ECLI:NL:RVS:2006:AV0286
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- B.J. van Ettekoven
- S.J. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bouwvergunning wegens onvoldoende toetsing luchtkwaliteitsnormen en onzorgvuldige besluitvorming
Het college van burgemeester en wethouders van Hengelo verleende in 2003 en 2004 bouwvergunningen en aanvullende vrijstellingen voor de oprichting van een woonhuis op een perceel te Hengelo. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde beroep in bij de rechtbank Almelo, die het beroep deels gegrond verklaarde en het besluit inzake de bouwdiepte vernietigde, maar de rechtsgevolgen in stand liet.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde onder meer aan dat het college niet had onderzocht of aan de normen van het Besluit luchtkwaliteit werd voldaan, en dat de welstandscommissie onvoldoende rekening had gehouden met de monumentale waarde van zijn pand. De Raad van State oordeelde dat het betoog over luchtkwaliteit niet eerder was ingebracht en daarom buiten beschouwing moest blijven, maar stelde vast dat het college de geldende luchtkwaliteitsnormen niet had betrokken bij de besluitvorming, waardoor het besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
Verder werd geoordeeld dat het bouwplan niet in strijd was met het bestemmingsplan wat betreft de bouwdiepte, en dat de welstandscommissie de belangen van het gemeentelijk monument voldoende had meegewogen. De Raad van State vernietigde het bestreden besluit in zijn geheel en droeg het college op binnen drie maanden een nieuw besluit te nemen, waarbij ook aandacht moet worden besteed aan de vraag of de woning als geprojecteerde woning kan worden aangemerkt en of appellant recht heeft op vergoeding van proceskosten.
Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in hoger beroep en het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 25 januari 2006.
Uitkomst: Het besluit van het college tot het verlenen van de bouwvergunning wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.