Uitspraak
200206222/1(AB 2003, 355), in de veronderstelling verkeerde dat hij het betoog dat de omzet van verhuurinstrumenten ten onrechte buiten beschouwing is gelaten, tegen de nieuwe beslissing op bezwaar opnieuw voor een inhoudelijke beoordeling aan de rechtbank kon voorleggen, kan, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, het niet instellen van hoger beroep tegen de uitspraak van 3 februari 2003 hem niet worden tegengeworpen. Dit leidt, gelet op het hierna overwogene, evenwel niet tot gegrondverklaring van het hoger beroep.