ECLI:NL:RVS:2006:AV1809
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W. van den Brink
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor aanleg bergbezinkbassin ondanks bezwaar over zettingsschade en hoorrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Maasdonk verleende op 11 november 2003 een vrijstelling en bouwvergunning voor de aanleg van een bergbezinkbassin op een perceel in Nuland, in strijd met het bestemmingsplan. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant gegrond en bepaalde dat het college een nieuw besluit moest nemen. Na een nieuw besluit bleef het bezwaar ongegrond en verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het betoog van appellant over de zettingsschade door damwanden niet relevant is voor de bouwvergunning, omdat het de uitvoering betreft. Voor de vrijstelling is geen onvermijdelijke schade aan de omgeving aangetoond. De rapporten van Mos Grondmechanica en het advies van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak bevestigen dat de zettingsgevoeligheid beperkt is en dat trillingsvrije methoden worden toegepast.
Verder oordeelde de Raad dat appellant niet opnieuw had hoeven worden gehoord, omdat het standpunt van een politieke partij geen feit van aanmerkelijk belang vormde voor het nieuwe besluit. Er was geen sprake van een alternatieve locatie met minder bezwaren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.