Uitspraak
200206222/1(AB 2003/355), heeft geoordeeld dat moet worden uitgegaan van de juistheid van het bij uitspraak van de rechtbank van 18 september 2003 gegeven oordeel over het overgangsrecht.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Groesbeek verleende op 26 februari 2002 een bouwvergunning voor de uitbreiding van een woning. Na bezwaar en beroep werd het besluit op 12 december 2003 herzien en werd vrijstelling verleend op grond van artikel 19, derde lid, van de WRO. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar het beroep van een omwonende (wederpartij) gegrond en vernietigde het besluit.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het college ten onrechte vrijstelling had verleend, omdat het bouwplan niet voldeed aan het gemeentelijke beleid dat vrijstelling alleen toestaat indien voldaan wordt aan de voorschriften van het voorontwerp-bestemmingsplan "De Horst". Het bouwplan was in strijd met deze voorschriften doordat het te dicht bij de perceelsgrens was gesitueerd.
De Raad van State vernietigde het besluit van 14 februari 2005 en beval het college opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de wederpartij en tot terugbetaling van griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Groesbeek van 14 februari 2005 wordt vernietigd wegens strijd met het gemeentelijke vrijstellingsbeleid.