ECLI:NL:RVS:2006:AV1822
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- J.A.M. van Angeren
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving en weigering bouwvergunning voor loonbedrijf in agrarisch gebied
Het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout legde aan appellante A een last onder dwangsom op om het gebruik van een perceel ten behoeve van een loonbedrijf, dat in strijd was met het bestemmingsplan "Buitengebied", te staken. Tevens weigerde het college aan appellante B een bouwvergunning voor een landbouwwerktuigenberging op hetzelfde perceel.
De rechtbank Breda verklaarde de beroepen van appellanten tegen deze besluiten ongegrond. Appellanten stelden in hoger beroep dat het loonbedrijf slechts een toegestane nevenactiviteit was bij het akkerbouwbedrijf en dat de bouwvergunning ten onrechte was geweigerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het loonbedrijf niet als nevenactiviteit kon worden aangemerkt omdat het bedrijf feitelijk en qua bedrijfsvoering zelfstandig was. Het gebruik van het perceel was daarmee strijdig met het bestemmingsplan, rechtvaardigde het handhavend optreden en maakte de weigering van de bouwvergunning terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.