Uitspraak
200104384/1, onder meer overwogen:
200503318/1, heeft de Afdeling geoordeeld dat het college terecht als uitgangspunt heeft genomen dat op het perceel hoofdzakelijk een loonbedrijf werd uitgeoefend en dat het college derhalve bevoegd was daartegen handhavend op te treden. "Voor het aanmerken van het loonbedrijf als nevenactiviteit bij het akkerbouwbedrijf bestaat geen grond. Niet is aannemelijk gemaakt dat [Akkerbouwbedrijf] ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar was verplaatst naar het perceel.", aldus de Afdeling in voornoemde uitspraak.
200503720/1, blijkt dat het college bevoegd was terzake handhavend op te treden, en daarbij is als volgt overwogen: