ECLI:NL:RVS:2006:AV1838
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- A.W.M. Bijloos
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verstrekkingen aan asielzoeker op grond van onvoldoende informatie over vermogenspositie
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 12 juni 2002 de verstrekkingen aan appellant krachtens de Regeling opvang asielzoekers (ROA) beëindigd, omdat appellant onvoldoende informatie had verstrekt over zijn vermogenspositie. Dit besluit werd gehandhaafd in bezwaar en door de rechtbank Rotterdam bevestigd.
Appellant stelde dat artikel 2 van Pro de ROA geen bevoegdheid gaf tot beëindiging van verstrekkingen en dat hij na toekenning niet verplicht was zijn vermogenspositie te melden. De rechtbank oordeelde echter dat de regeling wel beëindiging mogelijk maakt indien de asielzoeker over voldoende middelen beschikt en dat appellant gehouden was informatie te verstrekken.
De Raad van State overwoog dat de ROA inderdaad beëindiging van verstrekkingen toestaat als de asielzoeker niet langer voldoet aan de voorwaarden, waaronder het verschaffen van relevante informatie. De stelling van appellant dat hij voldoende verklaringen had afgelegd was onvoldoende onderbouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van verstrekkingen bevestigd.