ECLI:NL:RVS:2006:AV3915
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- B.C. Bošnjaković
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering handhaving paardenbak zonder bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Rucphen weigerde handhavend op te treden tegen het maken van een paardenbak op een perceel, omdat zij de omheining als een vergunningvrije erf- of perceelafscheiding beschouwde. Appellant stelde dat dit onterecht was en dat voor de paardenbak een bouwvergunning vereist was.
De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. Uit het onderzoek en de zitting bleek dat de paardenbak bestond uit een laag zand met een omheining van palen met witte linten en een kantplank, die functioneel wezenlijk verschilt van een erfafscheiding.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de omheining en kantplank vergunningvrij waren. Hierdoor had het college wel degelijk de bevoegdheid om handhavend op te treden. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college werden vernietigd, en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd wegens onjuiste vergunningvrijstelling.