ECLI:NL:RVS:2006:AV7552
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- W. van den Brink
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bouwvergunning kinderdagverblijf wegens ontbreken concrete gegevens tijdelijkheid
Het college van burgemeester en wethouders van Diemen verleende op 13 oktober 2004 een tijdelijke vrijstelling en bouwvergunning voor het oprichten van een kinderdagverblijf op een perceel met de bestemming 'Groenvoorzieningen'. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en de voorzieningenrechter werd afgewezen. In hoger beroep bij de Raad van State werd overwogen dat het bestemmingsplan geen uitsluiting bevat van de toepassing van artikel 17 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), dat tijdelijke vrijstellingen regelt.
De Raad van State stelde vast dat het college onvoldoende concrete en objectieve gegevens had overgelegd die het tijdelijke karakter van het kinderdagverblijf aannemelijk maken. De overgelegde intentie- en realisatieovereenkomsten boden slechts inspanningsverklaringen en geen garanties dat het gebouw binnen vijf jaar zou worden verwijderd. Bovendien bleek uit een gemeentelijke notitie dat ook na vijf jaar behoefte aan kinderopvang zou bestaan.
Daarom oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat het college ten onrechte vrijstelling en bouwvergunning had verleend op grond van artikel 17 WRO Pro. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd, het beroep bij de rechtbank gegrond verklaard en het besluit van het college vernietigd. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellanten vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de tijdelijke vrijstelling en bouwvergunning wordt vernietigd wegens ontbreken van concrete, objectieve gegevens die het tijdelijke karakter aannemelijk maken.