ECLI:NL:RVS:2006:AV7779
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling adequaatheid opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdeling in Angola
De minister wees de verlenging van een verblijfsvergunning voor een alleenstaande minderjarige vreemdeling af. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat onvoldoende was onderzocht of na afloop van het opvangproject in Angola nog adequate opvang beschikbaar zou zijn, terwijl de vreemdeling op dat moment nog minderjarig was.
De minister stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte een ex-tunctoetsing had verricht en zich slechts had moeten beperken tot de situatie ten tijde van het besluit. De Raad van State oordeelde echter dat volgens artikel 3.56 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en het beleid in het Tussentijds Bericht Vreemdelingencirculaire 2003/64 niet alleen de opvang op het moment van het besluit relevant is, maar ook de redelijke verwachting dat deze opvang beschikbaar blijft totdat de vreemdeling meerderjarig wordt.
De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat de looptijd van het opvangproject relevant is en dat het besluit van de minister onvoldoende gemotiveerd was. Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister wordt vernietigd.