ECLI:NL:RVS:2006:AW7300
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen in Angola
De minister heeft bij besluiten van 24 juni 2004 de verlenging van verblijfsvergunningen voor drie alleenstaande minderjarige vreemdelingen afgewezen. De rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde deze besluiten op 31 augustus 2005 vernietigd, omdat de minister volgens de rechtbank onvoldoende had onderzocht of er adequate opvang beschikbaar was in Angola na afloop van het project Mulemba per 15 juli 2005.
De minister stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de opvang per die datum zou eindigen. De Raad van State overwoog dat eerdere uitspraken en een brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 2 december 2004 duidelijk maken dat de opvang van reeds geplaatste minderjarigen in het tehuis Mulemba niet wordt beëindigd en dat tussentijdse overplaatsing niet plaatsvindt.
Verder is niet gebleken dat het voor de minister onmogelijk was om de vreemdelingen vóór 15 juli 2005 in het tehuis te plaatsen en daar te laten verblijven. De minister mocht zich baseren op het Tussentijds Bericht Vreemdelingencirculaire 2003/64 en de genoemde brief om te concluderen dat adequate opvang aanwezig is. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat de besluiten niet voldoende gemotiveerd waren.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen tegen de besluiten van 28 februari 2005 ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de beroepen tegen de besluiten tot weigering van verlenging van verblijfsvergunningen worden ongegrond verklaard.