Uitspraak
200404981/1, in rechte onaantastbaar geworden. De nadien aangebrachte houten palen maken onderdeel uit van de beschoeiing waarvoor de bouwvergunning is geweigerd.
Raad van State
Appellant heeft zonder bouwvergunning een walbeschoeiing gerealiseerd door het plaatsen van betonnen en houten heipalen en het storten van grond in het water grenzend aan zijn perceel. Het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn legde hem op dit bouwwerk te verwijderen onder dwangsom. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het handhavingsbesluit.
De Raad van State overwoog dat het bouwwerk zonder vereiste vergunning is gebouwd, waardoor het college bevoegd was handhavend op te treden. Echter, het college had geen concreet uitzicht op legalisatie en ook was het handhavend optreden niet onevenredig. Desondanks werd het beroep gegrond verklaard vanwege het onrechtmatig handelen van het college.
Dit omdat appellant zich terecht had beroepen op het gelijkheidsbeginsel. Het college kon niet aantonen dat vergelijkbare illegale beschoeiingen anders werden behandeld, noch bestond er een vastgesteld handhavingsbeleid. Hierdoor was sprake van ongelijke behandeling en onvoldoende motivering van het handhavingsbesluit.
De uitspraak van de voorzieningenrechter werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het besluit van het college vernietigd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het handhavingsbesluit van het college vernietigd wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel.