ECLI:NL:RVS:2006:AW1287
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- M.G.J. Parkins-de Vin
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van het wrakingsverzoek tegen staatsraad wegens niet tijdige indiening
Verzoekster heeft bij de Raad van State een wrakingsverzoek ingediend tegen staatsraad C.H.M. van Altena, die betrokken was bij de behandeling van haar bestuursrechtelijke zaak tegen de burgemeester van Beemster. Het verzoek was gebaseerd op vermeende onpartijdigheid van de staatsraad, omdat tijdens de zitting van 16 maart 2006 geen getuigen werden gehoord, geen aanvullende bewijsstukken werden geaccepteerd en gemachtigde niet het gewenste betoog mocht voeren.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het wrakingsverzoek op 4 april 2006 behandeld, waarbij verzoekster werd gehoord en de staatsraad geen gebruik maakte van het recht om te worden gehoord. De Afdeling overwoog dat het wrakingsverzoek conform artikel 8:16 van Pro de Algemene wet bestuursrecht binnen een redelijke termijn na bekendwording van de feiten moet worden ingediend.
Uit de toelichting van verzoekster bleek dat de feiten en omstandigheden waarop het wrakingsverzoek was gebaseerd zich uiterlijk tijdens de zitting van 16 maart 2006 hadden voorgedaan. Het verzoek werd echter pas op 24 maart 2006 ingediend, waardoor niet was voldaan aan de vereiste van tijdige indiening. Daarom kon het verzoek niet worden ingewilligd.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het wrakingsverzoek afgewezen en de staatsraad verklaard onbevooroordeeld te zijn gebleven. De beslissing werd uitgesproken op 7 april 2006 in het openbaar.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen staatsraad Van Altena wordt afgewezen wegens niet tijdige indiening.