ECLI:NL:RVS:2006:AW1307
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- B. Klein Nulent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bouwvergunningvoorwaarde wegens strijd met Woningwet en bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk verleende op 13 juli 2004 een bouwvergunning voor een woning onder de voorwaarde dat de woning pas in gebruik mocht worden genomen nadat conform een eerdere vergunning de chauffeurswoning was verbouwd tot garage. Na bezwaar wijzigde het college deze voorwaarde in een verbod om met bouwen te beginnen voordat de chauffeurswoning bouwkundig niet meer als woning kon worden aangemerkt. Appellant maakte bezwaar tegen deze wijziging, dat ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de voorwaarde niet aan de bouwvergunning mocht worden verbonden omdat deze niet strekt ter voorkoming van strijd met het bestemmingsplan. De Raad van State oordeelde dat het bestemmingsplan niet verbiedt dat twee woningen op hetzelfde bouwperceel aanwezig zijn en dat de inhoudsbeperking per hoofdgebouw geldt, niet per perceel. De voorwaarde was derhalve niet gericht op het beschermen van de belangen waarvoor de Woningwet voorwaarden aan bouwvergunningen toelaat.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar en het primaire besluit voor zover de voorwaarde werd gesteld, en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd de voorwaarde uit de bouwvergunning verwijderd.
Uitkomst: De voorwaarde in de bouwvergunning die het bouwen afhankelijk stelt van het niet meer als woning aanmerken van de chauffeurswoning is vernietigd.