ECLI:NL:RVS:2006:AW2259
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- J.A.M. van Angeren
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit RDW over ontheffing exceptioneel transport wegens schending onderzoeksplicht
De RDW verleende op 7 maart 2001 aan [wederpartij] een ontheffing onder voorwaarden voor exceptioneel transport van een sorteerketel met een maximale hoogte van 5,64 meter over een voorgeschreven route. Tijdens het transport op 8 maart 2001 botste de sorteertrommel tegen een wegmarkering van 5,31 meter, waardoor schade ontstond aan zowel de wegmarkering als de sorteertrommel.
[Wederpartij] maakte bezwaar tegen de verleende ontheffing, stellende dat de RDW niet had onderkend dat de route een lagere wegmarkering kende. De RDW stelde dat zij was uitgegaan van informatie van wegbeheerders en Rijkswaterstaat, die toestemming hadden verleend, en dat zij geen reden had om aan de juistheid van deze informatie te twijfelen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit van de RDW, waarna de RDW hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de RDW in strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb onvoldoende onderzoek had verricht naar de feitelijke uitvoerbaarheid van het transport zonder schade. De Afdeling oordeelde dat telefonisch overleg met wegbeheerders onvoldoende was en dat de RDW haar onderzoeksplicht niet had nageleefd.
De Afdeling verwierp de bezwaren van de RDW dat herroeping van de ontheffing [wederpartij] in een nadeliger positie zou brengen en bevestigde dat [wederpartij] een belang had bij een oordeel over het besluit vanwege de ontstane schade en civiele procedure. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de RDW werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het besluit van de RDW en veroordeelt de RDW tot vergoeding van proceskosten.