Uitspraak
200409381/1, heeft de Afdeling de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Raad van State
De gemeenteraad van Texel stelde op 27 juli 2004 het bestemmingsplan Den Burg vast, dat onder meer bestemmingen bevat voor maatschappelijke voorzieningen en horeca met groepsverblijven. Verweerder, het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, keurde dit plan goed op 22 februari 2005. Diverse appellanten stelden beroep in tegen deze goedkeuring, met bezwaren over onder meer privacy, verkeersdruk, natuurwaarden en bouwhoogtes.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 16 maart 2006 en oordeelde dat de goedkeuring van het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling achtte de verruiming van bouwmogelijkheden passend binnen de kern van Den Burg en vond de bezwaren tegen overlast, natuurwaarden en verkeersdruk onvoldoende aannemelijk gemaakt. Ook werd bevestigd dat de vestiging van een groepsverblijf overeenkomt met het gemeentelijke beleid en eerder verleende vergunningen.
De Afdeling concludeerde dat verweerder de beoordelingsmarges niet heeft overschreden en het recht juist heeft toegepast. De beroepen van alle appellanten werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan Den Burg worden ongegrond verklaard.