Uitspraak
200307666/1, op voorhand niet onjuist acht.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Gouda verleende op 8 juli 2005 vrijstellingen en bouwvergunningen voor diverse bouwwerken op een perceel te Gouda, waaronder een vrijstaande woning met garage, een dubbel woonhuis met garage en een bedrijfsloods met paardenstal. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze besluiten, dat door het college werd afgewezen. Vervolgens stelde de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage op 22 maart 2006 het beroep deels gegrond voor het dubbele woonhuis met garage.
Verzoekers vroegen bij de Raad van State om een voorlopige voorziening. De Voorzitter stelde vast dat er gerede twijfel bestaat of de vergunning voor de vrijstaande woning met garage binnen het bouwvlak rechtmatig is, omdat het grootste deel buiten het bouwvlak ligt en mogelijk niet als uitbreiding kan worden aangemerkt. Daarom werd het besluit betreffende deze woning geschorst.
Voor de vrijstelling en vergunning voor de bedrijfsloods met paardenstal werd geen aanleiding gezien om de voorlopige voorziening toe te kennen, mede vanwege eerdere jurisprudentie omtrent staatssteun. Het verzoek werd voor dit onderdeel afgewezen.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoekers. De voorlopige voorziening geldt totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep beslist.
Uitkomst: De voorlopige voorziening schorst de bouwvergunning en vrijstelling voor de vrijstaande woning met garage totdat op het hoger beroep is beslist; het verzoek voor de bedrijfsloods wordt afgewezen.