Uitspraak
200406869/3, waarin de Voorzitter naar aanleiding van een eerder door hen ingediend verzoek, een voorlopige voorziening heeft getroffen.
Raad van State
Bij besluit van 30 januari 2006 verleende de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit onder voorwaarden een vergunning voor het vissen op aal in de beschermde natuurmonumenten Krammer-Volkerak en Zoommeer-Eendracht. Stichting De Faunabescherming maakte bezwaar tegen deze vergunning en verzoekers vroegen de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om een voorlopige voorziening om de opschortende werking van het bezwaar op te heffen.
De Voorzitter behandelde het verzoek tijdens een zitting op 10 april 2006, waarbij partijen hun standpunten toelichtten. Verzoekers stelden dat het visseizoen spoedig zou beginnen en zij een groot bedrijfseconomisch belang hadden bij het kunnen starten met de vergunde activiteit. Stichting De Faunabescherming voerde aan dat de vergunning ten onrechte was verleend zonder passende beoordeling en dat de aalvisserij schadelijke gevolgen zou hebben voor het gebied en bedreigde aalsoorten.
De Voorzitter oordeelde dat de Minister zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat hij niet kon vooruitlopen op een nog op te stellen milieu-effectrapport over het gebied. Verder was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de vergunning significante schadelijke gevolgen zou hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van de beschermde gebieden. Gezien het belang van verzoekers werd de opschortende werking van het bezwaar opgeheven. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De opschortende werking van het bezwaar tegen de vergunning voor aalvisserij is opgeheven.