Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2006:AX2126

Raad van State

Datum uitspraak
17 mei 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200505789/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard in zaak bouwvergunning herbouw schuur

Het college van burgemeester en wethouders van Heumen verleende op 27 juli 2002 een bouwvergunning onder voorwaarden voor de herbouw van een schuur aan een wederpartij. Tegen een besluit van het college van 17 juni 2004, waarin een bezwaar van de wederpartij niet-ontvankelijk werd verklaard, werd beroep ingesteld bij de rechtbank Arnhem. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en vernietigde het besluit van 17 juni 2004, waarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand bleven.

Het college stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de zitting op 11 april 2006 werd vastgesteld dat het hoger beroep uitsluitend was ingesteld vanwege de veroordeling in proceskosten door de rechtbank. De Afdeling oordeelde dat dit geen voldoende procesbelang oplevert voor hoger beroep en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die bij de wederpartij waren ontstaan door de behandeling van het hoger beroep, een bedrag van €644,00, toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand. De uitspraak werd op 17 mei 2006 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het hoger beroep van het college is niet-ontvankelijk verklaard en het college is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

Uitspraak

200505789/1.
Datum uitspraak: 17 mei 2006
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
het college van burgemeester en wethouders van Heumen,
appellant,
tegen de uitspraak in zaak no. AWB 04/1696 van de rechtbank Arnhem van 24 mei 2005 in het geding tussen:
appellant
en
[wederpartij], wonend te [woonplaats].
1.    Procesverloop
Bij besluit van 27 juli 2002 heeft appellant (hierna: het college) aan [wederpartij] bouwvergunning onder voorwaarden verleend voor de herbouw van een opstal (schuur) op het perceel kadastraal bekend gemeente Overasselt, sectie […], plaatselijk bekend [locatie] te [plaats].
Bij besluit van 17 juni 2004 heeft het college het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij besluit van 6 september 2004 heeft het college een aan de bouwvergunning verbonden voorwaarde laten vervallen.
Bij uitspraak van 24 mei 2005, verzonden op 6 juni 2005, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) het tegen het besluit van 17 juni 2004 door [wederpartij] ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief van 27 juni 2005, bij de Raad van State ingekomen op 4 juli 2005, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 26 augustus 2005 heeft [wederpartij] een reactie ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 april 2006, waar het college, vertegenwoordigd door M.P. Koeneman-Broersen en ir. R.E.M.M. Bolmers, ambtenaren van de gemeente, en [wederpartij] in persoon, bijgestaan door ing. H.B.J. Berntzen, advocaat te Nijmegen, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Anders dan het college meent heeft de rechtbank niet het primaire besluit van 27 juli 2002 vernietigd maar uitsluitend het besluit van 17 juni 2004.
2.2.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 9 november 2005 in zaak no.
200502934/1acht de Afdeling het feit dat de rechtbank het college heeft veroordeeld in de proceskosten onvoldoende grond om procesbelang aan te nemen bij het instellen van het hoger beroep. Nu ter zitting is bevestigd dat het college uitsluiten om die reden hoger beroep heeft ingesteld, is het hoger beroep niet-ontvankelijk.
2.3.    Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
3.    Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I.    verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
II.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Heumen tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Heumen aan appellant onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Voorzitter, en mr. W. van den Brink en mr. S.F.M. Wortmann, Leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Willems, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump    w.g. Willems
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 17 mei 2006
378-412.