ECLI:NL:RVS:2006:AX4419
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over weigering huisvestingsvergunning wegens economische binding
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Texel, weigerde een huisvestingsvergunning aan wederpartij vanwege onvoldoende economische binding met Texel, gebaseerd op een inkomen uit een pas gestarte onderneming dat lager was dan het minimumloon.
De rechtbank oordeelde dat het college een te strikte uitleg gaf aan het begrip economische binding zoals bedoeld in de Huisvestingswet en de Huisvestingsverordening Texel 1994. De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat het college een nieuw besluit moest nemen.
In hoger beroep bevestigt de Raad van State dit oordeel. De Afdeling stelt dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de aard en omvang van de overige inkomsten van wederpartij, waardoor het besluit niet zorgvuldig is genomen in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het college ongegrond.