ECLI:NL:RBALK:2006:AZ4698
Rechtbank Alkmaar
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Weigering huisvestingsvergunning wegens gebrek aan economische binding met gemeente Texel
Eiser vroeg in 2003 een huisvestingsvergunning aan voor een woning en bedrijfslocatie op Texel. Verweerder weigerde deze vergunning omdat eiser niet voldeed aan de in de Huisvestingsverordening Texel 1994 gestelde voorwaarden, met name de economische binding aan de gemeente.
Na eerdere procedures stelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat nader onderzoek naar de aard en omvang van de inkomsten noodzakelijk was om te beoordelen of de inkomsten uit het Texelse bedrijf substantieel waren. Eiser stelde dat zijn inkomsten uit het bedrijf substantieel waren en dat hij ook maatschappelijk gebonden was aan Texel.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de inkomsten uit het bedrijf slechts een beperkte aanvulling vormden op een ruim voldoende pensioeninkomen, waardoor geen sprake was van economische binding. Ook werd geoordeeld dat eiser niet voldeed aan de ingezetenschapsvereiste en dat zijn maatschappelijke binding onvoldoende was aangetoond.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter M. Kraefft op 19 december 2006.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de huisvestingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.