Uitspraak
200406971/1heeft de Afdeling de bij besluit van 13 juli 2004 voor de inrichting verleende vergunning vernietigd voorzover het voorschrift V.6 betreft en voorzover geen automatische stilstandvoorziening voor de windturbine was voorgeschreven. Bij het bestreden besluit heeft verweerder naar aanleiding van deze vernietiging twee nieuwe voorschriften aan de vergunning verbonden.
200406971/1heeft overwogen, heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat bij het stellen van geluidgrenswaarden die overeenkomen met het ter plaatse heersende referentieniveau van het omgevingsgeluid, niet voor onaanvaardbare geluidhinder behoeft te worden gevreesd.