ECLI:NL:RVS:2006:AX8542
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- R.H. Lauwaars
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit weigering bewonersparkeervergunning wegens parkeergelegenheid op eigen terrein
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, had aan [wederpartij] medegedeeld dat na 1 april 2005 geen bewonersparkeervergunning meer zou worden verleend omdat zij over parkeergelegenheid op eigen terrein beschikte. [Wederpartij] had bezwaar gemaakt tegen dit besluit, dat door appellant ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter vernietigde dit besluit en bepaalde dat appellant opnieuw moest beslissen op het bezwaar.
Appellant stelde dat de brief van 20 oktober 2004 geen besluit was en dat het besluit pas zou volgen bij een nieuwe aanvraag. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de mededeling als een afwijzing van een geachte aanvraag moest worden gezien en dus wel een besluit vormde. Verder werd vastgesteld dat appellant terecht uitging van het feit dat de parkeergarage onder het gebouw bestemd is voor bewoners van het appartementencomplex, waardoor sprake is van parkeergelegenheid op eigen terrein.
De Afdeling stelde vast dat appellant onvoldoende duidelijk had gemaakt aan [wederpartij] dat het voor hem van belang was dat zij aannemelijk maakte dat zij geen parkeerplaats in de garage kon huren, en haar niet in de gelegenheid had gesteld dit aan te tonen. Hierdoor was het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd, met een verbetering van de motieven.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.