Uitspraak
200503572/1, waarbij het goedkeuringsbesluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland inzake het bestemmingsplan gedeeltelijk is vernietigd, voor dit geschil niet relevant. Die uitspraak doet er niet aan af dat aan de in artikel 2, tweede lid, van de Wvg genoemde voorwaarden is voldaan, zodat de raad bevoegd was op de gronden van appellant het onderhavige voorkeursrecht te vestigen.
200102420/1. In aanmerking genomen de aan de raad toekomende beoordelingsvrijheid, is er voorts geen grond voor het oordeel dat de raad bij afweging van de belangen van appellant tegen de met de vestiging van het voorkeursrecht te dienen belangen niet tot handhaving van het voorkeursrecht heeft kunnen besluiten.