ECLI:NL:RVS:2006:AY0391
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake schadevergoeding bouwvergunning en procedurele vertraging
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder verleende op 26 maart 2004 een bouwvergunning aan de maatschap voor een bewaarplaats voor aardappels. De maatschap maakte bezwaar tegen de gang van zaken, met name over de vermeende onnodige vertraging in de procedure en stelde schade te hebben geleden door extra kosten en gemiste inkomsten.
De rechtbank Zwolle-Lelystad oordeelde dat het verzoek om schadevergoeding als een verzoek om planschade in de zin van artikel 49 WRO Pro moest worden gezien en vernietigde het besluit van het college dat het verzoek niet ontvankelijk verklaarde. De rechtbank gelastte het college het verzoek door te geleiden naar de gemeenteraad.
De Raad van State stelde echter vast dat het verzoek van de maatschap niet op planschade maar op vermeend onrechtmatig handelen van het college in de procedure was gebaseerd. De Raad oordeelde dat de duur van de procedure niet onzorgvuldig was en dat het college niet verplicht was om tijdens de bezwaarprocedure al een beslissing te nemen over het schadevergoedingsverzoek.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd bepaald dat de gemeente het betaalde griffierecht aan de maatschap moest vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.