ECLI:NL:RVS:2006:AY3702
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- M.G.J. Parkins-de Vin
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen vestiging opvangvoorziening harddruggebruikers
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag besloot op 6 januari 2004 een opvangvoorziening voor harddruggebruikers te vestigen aan een locatie in Den Haag. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond omdat het collegebesluit geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was.
Appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit van het college geen publiekrechtelijk rechtsgevolg heeft omdat het geen rechten, plichten, bevoegdheden of juridische status schept of beëindigt. Hierdoor is het besluit niet aan te merken als een Awb-besluit en is inhoudelijke toetsing door de bestuursrechter niet mogelijk.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.