Uitspraak
200500871/1heeft de Afdeling dit besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken na de verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen.
Raad van State
Bij besluit van 26 mei 2004 wees het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe het verzoek van appellanten af om bestuurlijke handhavingsmiddelen toe te passen tegen een agrarisch bedrijf. Dit besluit werd in bezwaar gehandhaafd. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde dit besluit op 4 mei 2005 en gaf opdracht tot een nieuw besluit.
Na het uitblijven van een nieuw besluit werd beroep ingesteld. Uiteindelijk nam het college op 21 september 2005 alsnog een besluit dat het bezwaar ongegrond verklaarde. De Afdeling oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk was, maar dat het beroep tegen het inhoudelijke besluit gegrond was.
De kern van het geschil betrof de vraag of de revisievergunning van 5 april 1994 rechtsgeldig was gebleven. De Afdeling stelde vast dat de vergunning op grond van artikel 8.18 van de Wet milieubeheer was vervallen omdat de inrichting niet binnen drie jaar na onherroepelijkheid van de vergunning in werking was gebracht. De aanwezigheid van een klein aantal dieren gedurende een korte periode was onvoldoende om te spreken van inwerkingstelling. Hierdoor was de inrichting zonder geldige vergunning in werking, en was handhaving gerechtvaardigd.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. Het beroep van appellante B werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen bezwaar had gemaakt tegen het primaire besluit.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het college veroordeeld tot proceskostenvergoeding.