Uitspraak
200105447/1kan een ingrijpende wijziging in het karakter van een bouwwerk niet worden aangemerkt als het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen van een bouwwerk.
Raad van State
Het geschil betreft het hoger beroep tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Rheden inzake de weigering van een bouwvergunning en het opleggen van een last onder dwangsom voor het ongedaan maken van bouwwerkzaamheden aan een voormalige loods/sporthal.
De rechtbank Arnhem had het beroep tegen het eerste besluit gegrond verklaard en het tweede beroep niet-ontvankelijk, terwijl het beroep tegen het derde besluit ongegrond werd verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze uitspraak voor zover het eerste beroep gegrond werd verklaard en het tweede beroep niet-ontvankelijk, en verklaart deze beroepen ongegrond.
De Afdeling oordeelt dat de bouwplannen strijdig zijn met de bouwverordening, dat het college terecht de bouwvergunning heeft geweigerd en dat er geen concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Ook is het handhavend optreden van het college gerechtvaardigd, mede gelet op het ontbreken van bijzondere omstandigheden die van handhaving zouden moeten afzien.
Ten slotte wordt het griffierecht aan appellanten terugbetaald. De uitspraak bevestigt daarmee het bestuursrechtelijk kader voor bouwvergunningen en handhaving bij strijdigheid met bouwvoorschriften en bestemmingsplannen.
Uitkomst: De Afdeling verklaart de beroepen tegen de bouwvergunning en last onder dwangsom ongegrond en bevestigt de weigering van de bouwvergunning en het handhavend optreden.