Uitspraak
200508131/1overwogen dat het resterende bouwwerk in 1997 een oppervlak heeft van 4,5 bij 20 m (hierna: het resterende bouwwerk).
200607776/1), moet voor de toepasselijkheid van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder k, van het Bblb de term "van niet-ingrijpende aard" niet alleen in bouwkundige zin, maar ook in stedenbouwkundige zin worden opgevat. Bij dit laatste aspect spelen, zowel het planologisch, als het feitelijk effect dat de ter beoordeling staande verandering op de omgeving heeft, een rol.
200405056/1). De rechtbank is daarom terecht tot de conclusie gekomen dat het overgangsrecht [appellanten] niet kan baten. Ook dat betoog faalt.