ECLI:NL:RVS:2006:AY6307
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- F.P. Zwart
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CBR weigering verklaring van geschiktheid rijbewijs na hersenvatenafwijking
Appellant vroeg het CBR om een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen van categorieën A en B. Het CBR weigerde deze verklaring omdat appellant een aneurysma had dat niet was behandeld, wat volgens de Regeling eisen geschiktheid 2000 een wachttijd van zes maanden zonder rijgeschiktheid vereist.
Appellant stelde dat het CBR een te beperkte uitleg gaf aan het begrip 'behandeling', mede omdat zijn behandelend specialist een operatie had afgeraden en hij positief was beoordeeld door een neuroloog. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de behandeling niet voldeed aan de in de regeling genoemde methoden en verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad van State stelde vast dat de regeling het begrip 'behandeling' niet limitatief definieert en dat ook andere behandelmethoden dan operatie kunnen gelden. Het CBR had onvoldoende onderzocht of de behandeling van appellant, bestaande uit ziekenhuisopname en medicatie, als behandeling kon worden aangemerkt. Ook was onvoldoende gemotiveerd waarom het positieve advies van de neuroloog werd genegeerd.
Daarom vernietigde de Raad van State het besluit van het CBR en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het CBR tot vergoeding van proceskosten. Het CBR moet het bezwaar opnieuw behandelen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het besluit van het CBR om de verklaring van geschiktheid te weigeren wordt vernietigd en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.