ECLI:NL:RVS:2006:AY7134
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Verklaring van geschiktheid rijbewijs na rijproeven
Appellant verzocht het CBR om een Verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen categorie B en E bij B. Het CBR weigerde deze verklaring op grond van medische en praktische rijgeschiktheidsonderzoeken. Appellant voerde aan dat de rijproef in 2002 onterecht was opgelegd en dat de resultaten daarvan niet mee mochten wegen bij de beoordeling van de nieuwe aanvraag.
De Raad van State oordeelde dat het CBR bevoegd was om op grond van artikel 101 van Pro het Reglement rijbewijzen een rijproef te vorderen vanwege de medische gegevens die duidden op een lichamelijke beperking. De rijproeven toonden aan dat appellant niet adequaat kon reageren in het verkeer, met vertraagde reacties en onvoldoende besturing van de auto. De eerdere verklaring van geschiktheid voor één jaar was onbestreden en mocht meewegen.
Verder verwierp de Raad van State het verweer dat de deskundigen niet onbevangen waren en dat gunstige verklaringen van een psychiater en psycholoog buiten beschouwing waren gelaten. Deze verklaringen waren van latere datum en betroffen een nieuwe aanvraag waarop nog niet was beslist. De Raad van State bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van het CBR om de Verklaring van geschiktheid te verstrekken wordt bevestigd.