Uitspraak
200409810/1(AB 2005, 295), komt het algemeen bestuur een ruime beoordelingsvrijheid toe bij het bepalen van de mate van het belang van een water voor de waterbeheersing.
Raad van State
Het algemeen bestuur van het waterschap Veluwe wees een verzoek van appellant af om een deel van het B-water, gelegen tussen zijn perceel en een naburig perceel, uit de legger te verwijderen. De Commissie administratieve geschillen en de rechtbank Arnhem verklaarden het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde dat er vrijwel nooit water in de greppel staat en dat het water geen relevante functie heeft voor de waterhuishouding.
De Raad van State verwierp deze bezwaren. Het waterschap toonde aan dat er af en toe water in de greppel staat en dat het water een functie heeft voor de afvoer en berging van water. De ruime beoordelingsvrijheid van het waterschap bij het bepalen van het belang van wateren werd bevestigd. Daarnaast werd het belang van appellant, vooral gericht op het vermijden van onderhoudskosten, niet voldoende aannemelijk gemaakt om het water uit de legger te verwijderen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.