ECLI:NL:RVS:2006:AY8111
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- A.L.M. Steinebach-de Wit
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bouwvergunningsplicht erfafscheiding met hoogteverschil
Het college van burgemeester en wethouders van Maasdonk legde een dwangsom op aan de rechtsopvolgers van wijlen wederpartij wegens het zonder vergunning bouwen van een erfafscheiding van 1,27 meter hoog. De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit van het college.
In hoger beroep betoogde het college dat de erfafscheiding niet vergunningplichtig was en dat de hoogte gemeten mocht worden vanaf het lagere grondniveau. De Raad van State oordeelde dat het meetvoorschrift uit het bestemmingsplan buiten toepassing blijft en dat de hoogte van de erfafscheiding moet worden gemeten aan de zijde waar de grond het hoogst is, conform jurisprudentie.
Verder verwierp de Raad het beroep van het college dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.