Uitspraak
200505077/1heeft de Afdeling het daartegen ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, die uitspraak vernietigd en de zaak naar de rechtbank teruggewezen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Landgraaf heeft in 1996 aan de wederpartij medegedeeld dat het houden van rommel- en snuffelmarkten op diens gronden niet strookt met het bestemmingsplan en dat vergunningen daarvoor niet benut mogen worden, met een gedoogperiode tot 1 juli 1997. Diverse besluiten en rechtszaken volgden, waarbij het college beperkingen stelde op het aantal markten en de rechtbank deze besluiten deels vernietigde.
In 2003 besloot het college het bezwaar van de wederpartij gegrond te verklaren, maar weigerde het de gestelde inkomensschade te vergoeden. De rechtbank verklaarde het beroep van de wederpartij niet-ontvankelijk, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug. Bij de hernieuwde behandeling verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en vernietigde het besluit van het college.
Het college stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het standpunt van het college over inkomensschade had verworpen. De Afdeling concludeerde dat de wederpartij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij inkomensschade had geleden door de beperkingen op het aantal markten. Het beroep van de wederpartij werd daarom alsnog ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Afdeling bestuursrechtspraak handhaafde daarmee het standpunt van het college dat de gestelde inkomensschade niet bewezen was en dat het besluit van 27 mei 2003 correct was.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college wordt bekrachtigd.