Uitspraak
200205546/1heeft de Afdeling onder meer geoordeeld dat de beplanting op de percelen is aangelegd zonder de daarvoor vereiste aanlegvergunning en in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Lekkerkerk Landelijk Gebied 1982, 3e herziening" (hierna: het bestemmingsplan), alsmede dat het hekwerk op de percelen is opgericht zonder de daarvoor vereiste bouwvergunning en in strijd met het bestemmingsplan. Vast staat dat na voornoemde uitspraak van de Afdeling zich in het ter plaatse geldende planologisch regime geen wijzigingen hebben voorgedaan. Niet is gebleken dat ten tijde van de bij de voorzieningenrechter bestreden beslissing voor het hekwerk en de beplanting een bouw- respectievelijk een aanlegvergunning is verleend. Het betoog van appellanten dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat het hekwerk in overeenstemming is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan slaagt derhalve niet.
200404732/1(AB 2005, 128) is voor het bestaan van concreet zicht op legalisatie in het algemeen niet voldoende dat, ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar, een voorontwerp van een bestemmingsplanherziening ter inzage is gelegd. Reeds hierom heeft de voorzieningenrechter terecht en op goede gronden geoordeeld dat geen sprake is van concreet zicht op legalisatie.