ECLI:NL:RVS:2006:AZ0810
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom wegens onttrekking woonruimte aan bestemming
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde appellant een last onder dwangsom op omdat hij het pand bedrijfsmatig gebruikte zonder de vereiste vergunning, waardoor de woonruimte onttrokken werd aan de bestemming bewoning. Appellant voerde aan dat het pand mede een winkelbestemming had en dat het bedrijfsmatig gebruik beperkt was tot een deel van één kamer, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het pand door feitelijk gebruik de bestemming woonruimte had verkregen en dat appellant zonder vergunning het pand zodanig aan de bestemming bewoning had onttrokken dat het niet langer geschikt was voor bewoning door een huishouden van dezelfde omvang. Het college had daarom terecht handhavend opgetreden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Er was geen concreet zicht op legalisatie en geen bijzondere omstandigheden die handhavend optreden onevenredig maakten. Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.