Uitspraak
200601504/1(AB 2006, 232) dienen kosten die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar tegen het uitblijven van een besluit op een aanvraag redelijkerwijs heeft moeten maken, door het betrokken bestuursorgaan te worden vergoed, tenzij het uitblijven van dat besluit het bestuursorgaan niet kan worden verweten. De Minister heeft niet aannemelijk gemaakt dat het uitblijven van het besluit hem niet kan worden verweten. In de omstandigheid dat het KIM ten tijde van het door appellant ingediende verzoek gedurende enige weken was gesloten kan geen aanleiding worden gevonden het uitblijven van een besluit niet verwijtbaar te achten. Het ligt op de weg van het KIM om een zodanige voorziening te treffen dat ook in de vakantieperiode inkomende stukken op doeltreffende wijze worden verwerkt en verzoeken als het onderhavige, waarvoor beslistermijnen gelden, tijdig worden onderkend. De Minister heeft dan ook ten onrechte het door appellant ingediende verzoek om vergoeding van de kosten die hij in verband met de behandeling van het bezwaar heeft moeten maken, afgewezen.